Terrorisme als spiegel

door Luk Vervaet
(foto, brandende auto's in Parijs 2005)

Ik kan in Brussel het politiebureau vlakbij de Grote Markt niet meer binnenstappen zonder de toestemming van politiemannen met een machinegeweer. Geen administratief centrum op de Anspachlaan of de Nationale Bibliotheek meer binnen, zonder een metaaldetector en fouillering. De uitzonderingstoestand is de regel geworden : zonder al die controles zouden we in paniek slaan. 
    
Tientallen mensen, moeders, kinderen, oud of jong, werden de afgelopen maanden en jaren neergemaaid, omvergereden of neergestoken in een veelheid van Europese steden.

Geen mens kan dit goedkeuren of verontschuldigen.

Maar als we het terrorisme niet kunnen verontschuldigen, dan moeten we misschien ook ophouden onszelf te verontschuldigen. Ophouden excuses te zoeken voor de staat van de wereld die we aan de jongeren hebben nagelaten. Ophouden de fout bij de jongeren te leggen.
Wat als het terrorisme alleen maar de spiegel is van de wreedheid van de oorlog en van de leegheid van de tijden waarin we hen doen opgroeien ?

De mislukking van een Europese lente

(foto : massademonstraties in Europa en de VS tegen de oorlog)
Van zodra de euforie over de instorting van de socialistische regimes eind van de jaren 80 was gaan liggen, brak in 1991 de eerste Golfoorlog uit. Gevolgd door een moordend embargo tegen Irak. Enkelen stelden toen al dat “de oorlog van het Noorden tegen het Zuiden” de allesbepalende kwestie zou worden in de eerstvolgende decennia. Toen 10 jaar later, na de aanslagen van 11 september 2001 in New York, eerst Afghanistan en opnieuw Irak met de grond werden gelijk gemaakt, trokken miljoenen mensen in heel Europa de straat op om de oorlog te doen stoppen.  
Die lente van ongeziene massamobilisatie was van korte duur. Na de betogingen keerden we terug naar huis. We lieten begaan. Tot op een punt waarop we nu niet langer tegen oorlog marcheren, maar tegen het terrorisme, applaus voor de strijdkrachten incluis. Alle partijen keerden terug naar wat ze noemden hun ‘core business’. Met andere woorden, naar ‘business as usual’. De oorlog, die ging intussen onophoudelijk door. Zestien jaar al in Afghanistan met geen spoor van uitkomst aan de horizon en Trump die belooft er opnieuw een schep bovenop te doen. 
In 2004 in Madrid en in 2005 in Londen volgden de eerste zelfmoordaanslagen in Europa. Alleen de klokkenluiders bekommerden zich nog om de wreedheid van de oorlog, van Guantanamo, van Abu Ghraib, van Gaza. Alle verzetsorganisaties in de wereld, zonder onderscheid, kwamen op een antiterroristenlijst, waardoor we elke mogelijkheid van onderhandelen en vreedzame oplossing de pas afsneden. De wreedheid van Daesh, net als de verdrinkingsdood van duizenden vluchtelingen in de Middellandse Zee, is een rechtstreeks product van de wreedheid van die oorlog zonder einde.


Leegheid

Wat men vandaag de radicalisering van de jongeren noemt is van alle tijden. Ze is recht evenredig met het verlies aan radicaliteit van de vorige generatie. In de jaren zestig van vorige eeuw namen de jonge Provo’s van het IRA het roer over van de oude IRA ; de maoïsten van de traditionele communistische partijen. 
Vandaag heeft mijn generatie de dromen en de oude idealen van Mei 68 opgeborgen. Ook de syndicale strijdbijl van de Engelse mijnstaking of van Forges de Clabecq is begraven. In plaats van te zorgen voor een andere wereld zijn we vooral voor onszelf gaan zorgen. Wat overblijft is een wereld herschapen in een supermarkt, waar letterlijk alles te koop is. Ideologisch leeg en gigantisch ongelijk. 
De radicalisering van de jeugd van nu, met het terrorisme als zijn meest extreme vorm, is net als de radicalisering van mijn generatie vijftig jaar geleden, een schreeuw tegen het onrecht, waarin de ouderen zich geschikt hebben. Ook al ondervinden ze het vaak niet zelf aan den lijve, in combinatie met hun eigen problemen zullen radicale jongeren zich identificeren met de onderdrukten in de wereld en met hun verzet en ideologie. 
De dominante verzetsideologie van mijn tijd was links en socialistisch. Op de middelbare school lieten wij de vlag van de Vietnamese bevrijdingsbeweging FLN, de Vietcong, op ons klaslokaal wapperen. Verzet was toen gestructureerd, er waren organisaties, er werd geredeneerd in termen van klassen, van onderdrukkers en onderdrukten, van rijken en armen. 
Dat kader, die verzetsideologie is niet meer. De huidige leegte weerspiegelt zich in het terrorisme van de gangs, van de black blocks, in het beeld van duizenden brandende auto’s na een zoveelste racistische politiemoord. En ja, ook in het terrorisme van Al Qaida, ISIS en al de anderen, die aan de jongeren van vandaag een vernietigend wereldbeeld aanbieden. 
De klok is niet terug te draaien. 
Maar het heruitvinden van een nieuwe radicaliteit voor een rechtvaardige wereld is meer dan nooit aan de orde.      

Commentaires

Articles les plus consultés